Kindergeneeskunde

  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur
  • Afspraak maken? Vragen? (0592) 32 52 30
  • Afdelingsnummer: 42
  • Wachttijd
    6 weken
Kindergeneeskunde

Als kinderen voor hun achttiende worden doorverwezen naar het WZA, komen ze meestal bij de kinderarts. De klachten en ziekten waarmee ze komen, kunnen erg verschillen. Zo onderzoekt en behandelt de kinderarts bij chronische buikpijn, allergie, diabetes, longproblemen of aangeboren aandoeningen. Maar ook kinderen bij wie de normale ontwikkeling of groei verstoord is of verstoord dreigt te raken, komen bij de kinderarts.
Behalve voor de kinderen, heeft de kinderarts ook aandacht voor de ouders. 

Kinder-MDL

Bijzonder in het WZA is dat een van de kinderartsen gespecialiseerd is maag- darm- en leverziekten (MDL). Ze is daarmee de enige MDL-kinderarts in Drenthe. Kinderen met maag- en darmklachten, coeliakie, voedselallergie of bijvoorbeeld zuurbranden kunnen voor onderzoek dus gewoon terecht in het WZA. Vaak hoort daar ook een endoscopisch onderzoek bij. Tijdens dit onderzoek kijkt de kinderarts via een dunne buigzame buis in de slokdarm, maag en het eerste stukje van de dunne darm. Bij kinderen gebeurt dit altijd onder volledige verdoving en vaak mag uw kind dezelfde dag weer mee naar huis.

Astma

Twee keer per week houdt de longverpleegkundige spreekuur voor kinderen met astma. Ze praat dan met ze over wat hun astma thuis en op school voor invloed heeft. Daarnaast leert ze de kinderen ook hoe ze de inhalator moeten gebruiken en wat ze kunnen doen als ze het benauwd hebben.

Speciale poli's

Om onderzoek, behandeling en begeleiding van uw kind zo goed mogelijk te kunnen doen, heeft het WZA een aantal speciale poli's. Daar werken kinderartsen en kinderverpleegkundigen samen die bijzondere kennis hebben van bijvoorbeeld allergieën, coeliakie of kinderdiabetes.

Geruststellend taalgebruik

Een verblijf in het ziekenhuis, een vervelend onderzoek of een intensieve behandeling is voor kinderen vaak moeilijk. In het WZA doen de kinderartsen en kinderverpleegkundigen daarom hun uiterste best om ervoor te zorgen dat kinderen zich zoveel mogelijk op hun gemak voelen. Geruststellend taalgebruik helpt daarbij. In plaats van te vragen naar pijn, wordt bijvoorbeeld gevraagd wat de arts of verpleegkundige kan doen om het kind zich beter te laten voelen. En bij een vervelend onderzoek wordt geprobeerd om de aandacht af te leiden, waardoor een kind beter zal ontspannen. Het blijkt dat een positieve manier van benaderen ook een positieve invloed heeft op de pijn en angst die kinderen kunnen hebben.