Mallet finger

In het kort

Bij een mallet finger kunt u het topje van de vinger niet meer strekken. Dit komt door een scheurtje in de strekpees, ter hoogte van het laatste vingerkootje. Meestal geneest de pees goed als u zes tot twaalf weken een vingerspalk draagt.

Wat is het?

Bij een mallet finger hangt het topje van een vinger naar beneden. Dit komt door een scheurtje of volledige scheur van de strekpees ter hoogte van het laatste vingerkootje. Het is ook mogelijk dat de pees van het bot gescheurd is. Doordat het vingertopje niet meer gestrekt kan worden, gaat het topje hangen. Het krijgt dan de vorm van een hamer; dit heet in het Engels ‘mallet’.

De meeste voorkomende oorzaak is dat u uw vinger heeft gestoten terwijl de vinger gestrekt is. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een sport zoals volleybal, basketbal of het keepen bij voetbal. Het kan ook gebeuren als u het bed opmaakt of een sok aantrekt.

Behandeling

Wanneer er een scheurtje in de strekpees zit, kan de behandeling over het algemeen zonder operatie plaatsvinden. U krijgt door een medewerker van de Spoedeisende Hulp of de gipskamer een Stack spalk aangemeten. De spalk is een plastic buisje (beschermhoes) dat goed om uw vinger past. De spalk wordt vastgeplakt met tape. De spalk draagt u 6 tot 12 weken. De vinger staat gestrekt in de spalk zodat de uiteinden van de pees bij elkaar liggen en kunnen genezen.

Het is voor het genezingsproces heel belangrijk dat het laatste vingerkootje altijd gestrekt blijft. U mag het topje van de vinger niet buigen! De andere gewrichten en vingers mag u wel gewoon bewegen.

Na een week heeft u een controleafspraak op de gipskamer. Als de zwelling dan wat afgenomen is krijgt u eventueel een kleinere spalk.

 

Verzorging

Voor het genezingsproces is het belangrijk dat u de spalk niet, of zo weinig mogelijk, afdoet. Met name de eerste drie weken is het beter de spalk niet zelf af te doen. Als u de spalk af wilt doen, heeft u daar wat hulp bij nodig.

  1. Zorg ervoor dat de vinger op het tafelblad steunt.
  2. Haal de tape los. Schuif langzaam en voorzichtig de spalk van de vinger terwijl u de vinger in gestrekte stand houdt.
  3. Verzorg de vinger of nagel, terwijl u deze gestrekt op de tafel laat steunen.
  4. Als de spalk vuil is, kunt u deze schoonmaken met wat afwasmiddel of alcohol. Droog de spalk goed af. Het is wenselijk dat een ander dit voor u doet.
  5. Schuif nu de spalk weer voorzichtig, schuin onder het vingertopje.
  6. Plak de spalk vast met tape, zoals u op de gipskamer of op de eerste hulp is voorgedaan. De bovenrand van de spalk moet strak om de huid sluiten. 

   

Als de spalk weer om uw vinger zit, mag u de vinger weer los van de tafel bewegen.

Als u een vingerspalk draagt is het volgende belangrijk:

  • U kunt uw vinger wel gewoon gebruiken, maar belast de aangedane hand niet te zwaar.
  • Als u onder douche gaat, kunt u plastic handschoenen aandoen of een plastic zakje om uw vinger doen. Als de spalk toch nat wordt, probeer de spalk dan droog te föhnen.

Klachten

Klachten die kunnen optreden zijn:

  • Een zwelling van de vinger, de vinger wordt dik. De vinger heeft waarschijnlijk te lang naar beneden gehangen. Het is belangrijk dat u, met name de eerste week, de vinger (hand) hoog houdt.
  • Tintelingen in de vinger. De spalk kan te strak zitten doordat de vinger dik wordt bij teveel activiteit. Ook hierbij is het belangrijk om de hand hoog te houden.
  • De huid onder de spalk kan wat week worden. Het is belangrijk dat u de spalk droog houdt, hiermee voorkomt u vaak klachten en irritatie van de huid.
  • De huid kan geïrriteerd raken. Dit kan een allergische reactie zijn.
  • De spalk zit te ruim. Als de zwelling afneemt kan er ruimte ontstaan. U heeft een nieuwe spalk nodig.
  • Het is belangrijk dat u met klachten die niet overgaan, of als de spalk niet goed zit, contact opneemt met een medewerker van de gipskamer. Als u klachten in het weekend heeft, neem dan contact op met de Spoedeisende hulp van het ziekenhuis.

Vragen?

Als u vragen of problemen hebt met de vingerspalk, kunt u van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur contact opnemen met een medewerker van de Gipskamer. Het telefoonnummer is (0592) 32 52 10.