Bloedtransfusie

  • Specialisme of afdeling Afnamelaboratorium
  • Openingstijden
    Maandag t/m vrijdag van 7.00 tot 16.30 uur (meestal kunt u terecht zonder afspraak). In het weekend meldt u zich eerst bij de receptie.
  • Afspraak maken? Vragen? (0592) 32 54 90
  • Wachttijd
    Informeer bij de polikliniek

In het kort

Tijdens een operatie is het soms nodig dat u extra bloed krijgt. Dit heet een bloedtransfusie. Meestal krijgt u donorbloed. Uw arts doet dit niet zonder uw toe­stemming, behalve als er sprake is van een acute situatie. Om bloedtransfusies zo veilig mogelijk te maken, worden er allerlei voor­zorgsmaatregelen genomen. Een bloedtransfusie met eigen bloed is ook mogelijk. U moet dan in de maand voor de operatie zelf bloed afgeven bij een bloedbank. 

Wat is het?

Tijdens een operatie of een behandeling is het soms nodig dat u bloed krijgt toegediend. Dat heet een bloedtransfusie. Ieder jaar worden er in Nederland zo’n 250.000 bloedtrans­fusies gegeven. Onder andere bij slachtoffers van ongeval­len, patiënten die een (grote) operatie ondergaan en patiën­ten die voor kanker of (kwaadaardige) bloedziekten wor­den behandeld.

Weloverwogen keuze

Een bloedtransfusie wordt door uw arts voorgeschreven als dat voor de behan­deling of operatie noodzakelijk is. Uw arts doet dit echter niet zonder uw toe­stemming, tenzij er sprake is van een acute situatie. Om u te helpen tot een weloverwogen keuze te komen, zal uw arts u vooraf duide­lijk inlichten over:

  • de reden van een bloedtransfusie
  • de risico’s die aan een bloedtransfusie verbonden zijn
  • de risico’s die ontstaan als u geen bloedtransfusie wilt
  • eventuele alternatieven voor een bloedtransfusie
  • de mogelijkheid van een transfusie met uw eigen bloed

Bloedtransfusie weigeren

U kunt een bloedtransfusie weigeren. Bedenkt u daarbij wel dat er niet altijd andere oplossingen zijn. Bloedtransfusies zijn vaak levensreddend. Sommige operaties of behandelingen kunnen zelfs niet worden uitgevoerd zonder bloed­transfusie. Een bloedtransfusie weigeren betekent soms een groter risico voor uw gezondheid dan een bloedtransfusie ontvangen.

Als u twijfels hebt over een bloedtransfusie, is het belangrijk dat u die tijdig bespreekt met de arts die u behandelt!

Voorbereiding

Zo veilig mogelijk

Om bloedtransfusies zo veilig mogelijk te maken, worden de volgende voor­zorgsmaatregelen genomen:

  • Alleen gezonde mensen kunnen bloeddonor worden.
  • Donors geven hun bloed vrijwillig en worden hiervoor niet betaald.
  • Al het donorbloed wordt gecontroleerd op:
    • een aantal geelzuchtvirussen
    • de geslachtsziekte syfilis
    • een virus dat een ruggenmergziekte en leukemie kan veroorzaken
    • het humaan immuundeficiëntievirus (HIV) dat aids kan veroorzaken
  • Bloedplaatjes worden gecontroleerd op de aanwezigheid van bacteriën.

Kans op besmetting

Als blijkt dat bloed mogelijk besmet is, wordt het vernietigd. Toch is er, on­danks alle voorzorgen, een zeer kleine kans dat er door een bloedtransfusie besmetting plaatsvindt met een virus of ziektekiem. (De kans dat een eenheid bloed besmet is met HIV, is kleiner dan één op een miljoen). Dit kan te maken hebben met het feit dat een bloeddonor nog maar zo kort geleden is besmet, dat de aanwezigheid van de ziekteverwekker nog niet duidelijk aanwezig is in het bloed. Ook is het mogelijk dat de hoeveelheid virus in het bloed zo klein is, dat het niet kan worden aangetoond met een bloedtest. Verder kunnen er onbekende virussen in het bloed zitten.

Passend bloed

Het is belangrijk dat het bloed dat u krijgt toegediend, bij u ‘past’. Daarom wordt bloed bij u afgenomen om uw bloed­groep en rhesusfactor vast te stellen. Sommige mensen hebben afweerstoffen tegen bloedcellen van anderen in hun bloed. Deze stoffen kunnen aanwezig zijn na een zwanger­schap of vroegere bloedtransfusie. Als dat het geval is, kan het langer duren voor er ‘passend’ bloed wordt gevonden. Het transfusielaboratorium kan navraag doen bij een lande­lijk systeem of er eerder afweerstoffen bij u zijn gevonden.

Controle

Vlak voordat u een bloedtransfusie krijgt, wordt gecontroleerd of het donor­bloed inderdaad voor u bestemd is.

Bijwerkingen

Allergie

U kunt allergisch reageren op een bloedtrans­fusie. U krijgt dan koorts, rillingen, galbulten, jeuk of een rode huid. Vaak is dit eenvoudig met medicijnen te behandelen.

Afweerstoffen

Soms maken patiënten na een bloedtransfusie afweerstof­fen tegen andermans bloedcellen. Dit kan een reactie geven in de vorm van koorts. Ook dan is een behandeling met medicijnen mogelijk. Ook kunnen er afweerstoffen ontstaan tegen bloedcellen van een bepaalde bloedgroep. In dat geval krijgt u een trans­fusiekaartje waarop dit staat vermeld. Het kaartje moet u bij eventuele volgende bloedtransfusies altijd aan uw arts laten zien.

Landelijk datasysteem

Omdat de mogelijkheid bestaat dat afweerstoffen na verloop van tijd niet meer in het bloed aantoonbaar zijn, worden de gegevens over deze afweerstoffen en ook over ernstige allergische reacties meestal opgeslagen in een landelijk datasysteem. Bij een volgende transfusie kan het transfusie­laboratorium dit systeem raadplegen en ‘passend’ bloed voor u uitzoeken. Overleg met uw arts als u liever niet wilt dat uw gegevens worden opgeslagen in een landelijk systeem.

Behandeling met eigen bloed

Naast een transfusie met het bloed van een donor, is er de mogelijkheid van een zogenaamde ‘autologe transfusie’. Dit houdt in dat u in de periode voorafgaand aan een operatie of behandeling uw eigen bloed afgeeft om het daarna weer terug te krijgen.

Als u kiest voor een transfusie met uw eigen bloed, moet u in de maand voor de operatie of behandeling een aantal keren naar de bloedbank komen om steeds een halve liter bloed te laten afnemen.

Voor een transfusie met eigen bloed geldt dat uw algemene lichamelijke con­ditie goed moet zijn en dat uw bloedvaten geschikt moeten zijn om regelmatig bloed af te geven. Ook moet uit tests blijken dat u geen ziekte hebt die via het bloed overdraagbaar is. Een praktisch punt is dat de datum van de operatie ten minste een maand van tevoren bekend moet zijn!

Houdt u er rekening mee dat tijdens een operatie waarbij u veel bloed verliest, het niet is uitgesloten dat u toch ook nog bloed van een donor moet krijgen.

Uw mening telt

Een compliment, tip of klacht

Wij vinden het belangrijk dat u tevreden bent over onze zorg en dienstverlening. Hebt u een compliment, een tip of een klacht? Wij horen het graag. U kunt het volgende doen:

  • Vertel het direct aan degene die er verantwoordelijk voor is.
  • Bel of schrijf onze ombudsfunctionaris.
  • Vul het formulier in dat u kunt vinden op de webpagina Uw mening telt! Hier vindt u ook meer informatie over de klachtenprocedure en uw rechten als patiënt.

De ombudsfunctionaris

  • e-mail: ombudsfunctionaris@wza.nl
  • telefoon: (0592) 32 56 24/32 55 55 (maandag t/m donderdag)
  • postadres: WZA t.a.v. de ombudsfunctionaris, postbus 30.001, 9400 RA Assen

 

alge19 - mei 2014