Prenatale screening

Veel aanstaande ouders vragen zich af of hun kind wel gezond zal zijn. Dat is begrijpelijk. Als zwangere vrouw hebt u in Nederland de mogelijkheid om voor de geboorte uw kind te laten onderzoeken op een aantal aangeboren aandoeningen. Dit kan met de NIPT, de combinatietest en de 20-wekenecho.

Als u meer wilt weten, kan je verloskundige of gynaecoloog u uitgebreide informatie geven over deze tests. U bepaalt zelf of u deze onderzoeken laat doen.

NIPT en combinatietest

Voor de screening op down-, edwards- en patausyndroom kunt u kiezen uit twee verschillende tests:

  1. De NIPT. Dit is een bloedonderzoek bij de zwangere. Het onderzoek kan vanaf 11 weken zwangerschap worden uitgevoerd. 
  2. De combinatietest. Deze bestaat uit een bloedonderzoek bij de zwangere en een echo-onderzoek bij het kind. Het onderzoek kan tussen 9 en 14 weken zwangerschap plaatsvinden. De combinatietest berekent hoe groot de kans is dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. 

Met de NIPT worden meer kinderen met down-, edwards- of patausyndroom ontdekt dan met de combinatietest. Ook klopt de uitslag van de NIPT vaker dan de uitslag van de combinatietest. In sommige gevallen is de NIPT niet mogelijk.

20-wekenecho

De echo vindt plaats omstreeks de 20e zwangerschapsweek. Voor de 20-wekenecho verwijzen wij u in principe naar VITA (echocentrum Groningen). Er wordt uitgebreid gekeken naar de ontwikkeling van de organen van het kind, de groei van het kind en de hoeveelheid vruchtwater.

Voordat u besluit deze echo uit te laten voeren, is het belangrijk om te beseffen dat niet alle aandoeningen voor de geboorte ontdekt kunnen worden. De vraag of uw kind volledig gezond is, kan daarom nooit met zekerheid worden beantwoord.